prog: 40
squelettes/rubrique-3.html

JEAN-PIERRE GORIN

Het is in de jaren `60 dat Jean-Pierre Gorin debuteert in de cinema, na te hebben meegewerkt aan verscheidene kritische geëngageerde tijdschriften en aan de literatuurbijlage van "Le Monde". In 1968 richt hij samen met Jean-Luc Godard de groep Dziga Vertov op, die tot doel heeft de realisatie en productie van films met een gepolitiseerd uitgangspunt (en niet enkel politieke films, benadrukt hij zelf.). Samen maken ze vijf films (waarvan de meest gekende "Tout va bien" is), cinematografische ervaringen die tot op de dag van vandaag relevant zijn zowel vanuit het standpunt van een heronderzoek van cinematografische taal als dat van zijn ideologische implicaties. Na de ontbinding van de groep Dziga Vertov verlaat Jean-Pierre Gorin Frankrijk om zich te vestigen in de V.S. waar hij sinds 1975 film onderwijst aan de universiteit van San Diego. Parallel hiermee zet hij zijn activiteiten als cineast verder. Zijn zoektocht naar mogelijke en potentiële narratieve vormen komt ook tot uiting in zijn werk als documentairemaker. Die narratieve vormen zijn vaak verbonden met nieuwe vormen van taal, hoe veelvormig deze laatsten ook kunnen zijn.



Zij (Jane Fonda) is een Amerikaanse en voert een onderzoek naar werkgevers in Frankrijk. Hij (Yves Montand) is cineast. Hij stelt haar voor aan de directeur van de Salumi-fabriek. Er breekt een staking uit. Ze worden alle drie opgesloten door de arbeiders. Hevige polemieken volgen. Ze worden bevrijd, maar hun relatie wijzigt. Ontevreden met enkel egoïstisch geluk, leven ze desondanks verder met de zwenk die de geschiedenis neemt. Van alle films die Gorin en Godard samen realiseerden, is "Tout va bien" ongetwijfeld de meest bekende. De film werd gemaakt onder het Dziga Vertov-label en wordt beschouwd als de meest toegankelijke die een stap in de richting van "commerciële" cinema zette. Misschien is dat zo wel: er is een liefdesverhaal. Maar er is ook Marxistische sociale kritiek, een aspect dat eerder als moeilijk verkoopbaar wordt beschouwd. In elk geval stelt "Tout va bien" een pertinente vraag: wat is het nut van een revolutionaire film gemaakt in een burgerlijke maatschappij?

27.04 > 22:00


Poto en Cabengo zijn de bijnamen die een lichtjes schizofrene tweeling in San Diego zichzelf gegeven hebben. Ze zijn bijzonder omwille van de eigen taal die ze gecreëerd hebben om onderling te communiceren waarbij zelfs de grootste kinderpsychiaters moeite hebben om ze te ontleden.

Het bijzondere van deze documentaire ligt ook in het bijzondere van de tweeling: hun eigen, unieke taal die tevens een lichaamstaal is zodat de signalen van de ene onmiddellijk door de andere begrepen worden en er i.p.v. een woordenwisseling een snelle, fysieke wisselwerking tussen beide plaatsgrijpt. De documentaire heeft gelukkig niet de bedoeling om die interactieve lichaamstaal wetenschappelijk uit te diepen zoals talrijke taalexperts zich voorwenden maar tracht vooral een cinematografisch probleem op te lossen. Hoe vermijdt men deze uitbundige, levenslustige tweeling in een te rigide en strakke linaire filmkader te duwen? Gorin lost dit op door de film te voorzien van zijn eigen nasale, Frans geaccentueerde Engelse commentaarstem waardoor het bevreemdend effect van het bizarre spreek-en lichaamstaal van de tweeling nog benadrukt wordt.

27.04 > 20:00 + 04.05 > 22:00


"Routine Pleasures" is voor Gorin, als Franse cineast geëxileerd in het volstrekt onbekende Del Mar in Amerika, misschien wel een introspectieve roadmovie waarin hij zijn eigen psychische en fysische reisroute koppelt aan het dagdagelijkse leven van enkele Amerikanen op microschaal. Het Amerikaanse droombeeld dat een Franse cinefiel kan hebben (denk maar aan het Monument Valley van Ford of de industriële en heroïsche landschappen van de Wellman, Hawks en Sturges films uit de jaren `30) wordt in het geval van Gorin die in Amerika ook woont, geconcretiseerd in een reële, fysische ruimte.

Ook in "Routine Pleasures" creëert Gorin een parallel tussen 2 microwerelden. Enerzijds is er die van zijn alter ego, Manny Farber (cinefiel, filmcriticus en kunsthoogleraar aan de Universiteit van Californië in San Diego) die er zijn Franse vriend Gorin aan een job hielp. En anderzijds is er die van een groepje mannen die elke dinsdagavond vrouw en kind thuislaten om samen een electrische treinmaquette uit te bouwen en te testen.

02.05 > 19:30


In "My Crasy Life" volgt Gorin van zeer dichtbij het reilen en zeilen van een groepje Bangers ("banger" staat voor "gangbanger", "gangster" of lid van een gang), georganiseerde bendes van jonge Amerikaanse desperados die voortbestemd zijn tot een vroegtijdige dood of een lange gevangenisstraf.

"Crasy" met een "s" i.p.v. een "z" is dan ook geschreven volgens de gangsta orthografie en niet het Engelse woordenboek Webster. De film is dan ook geënt op visueel en gesproken taal : enerzijds wordt de informatie op de computerschermen in de politiewagens gematerialiseerd door een "hypertalk" stem. Anderzijds toont de film gesprekken met de gangsters en de geheime lichaamstaal en rapjargon die ze onderling hanteren.

De camera is een realistische getuige van het gewelddadige van deze bendes en stelt hun franke vragen waarbij hun opvallendste trekken tot uiting komen zoals het gebruik van hun typische straatjargon. In een wereld waar affectie grotendeels ontbreekt, staat de eenheid van de groep d.m.v. raprituelen centraal. "My Crasy Life" is een visueel, soms bloedige getuige die erin slaagt het gesloten en complexe milieu te penetreren van de gewelddadige bangerswereld in bepaalde Amerikaanse grootsteden.

29.04 > 18:00


squelettes/rubrique-3.html
lang: nl
id_rubrique: 43
prog: 40
pos: aval