prog: 1903
squelettes/rubrique-3.html

België : Ceci n’est pas de la censure

Lezing

Zoals overal had de film in zijn beginjaren een slechte reputatie. Eerst als kermisattractie, daarna vertoond in zalen waar God-weet-wat gebeurde, werd film niet als kunstwerk, maar als goedkoop vertier beschouwd. Al snel zagen overheden en andere beschermers van de goede zeden zelfs een gevaar in de grote kracht die film op de kijkers zou kunnen uitoefenen. De roep om regelgeving was een logisch gevolg. Het principe is overal hetzelfde: men moet de zwakkeren (de jeugd, maar ook de Congolezen in de kolonies, of de arbeidersklasse) beschermen tegen bepaalde prikkels die hen zouden kunnen aanzetten tot onbetamelijke praktijken en handelingen. De orde zou bewaard worden, en de goede zeden bewerkstelligd...

In België sluit de uiterst liberale grondwet elke vorm van censuur uit. De controle op de filmzalen zal dus vanaf 1920 zijn weg vinden via de “kinderbescherming”. De films kunnen vrij geëxploiteerd worden, maar kinderen en jongeren worden er, a priori, niet toegelaten. Om het label ‘kinderen toegelaten’ te bekomen moeten ze aan een commissie voorgelegd worden. Deze waakt bij haar beoordeling over het respect voor de moraal, de joods-christelijke waarden, de autoriteiten, enz. Zij kan suggereren om bepaalde passages weg te knippen of aan te passen. De commissie mag echter nooit een politiek of ideologisch standpunt innemen, iets waar ze zich niet altijd aan houdt. De economische gevolgen van het uitsluiten van een familiaal publiek, bewegen de distributeurs tot censuur. Naast deze officiële commissie kunnen echter ook andere instellingen interveniëren: de kerk die heel invloedrijk is, de plaatselijke overheid in naam van de openbare orde, en het gerecht dat eveneens een film kan verbieden (zie “L’empire des sens”). De productie en de distributie van films is in België ook zo georganiseerd dat de beslissingen van de overheid (via fondsen en commissies) om financiële steun te verlenen, het al dan niet mogelijk maken om een film te draaien en te vertonen.

In het land waar censuur niet bestaat, zijn er dus toch een aantal kanttekeningen te maken. Daniël Biltereyst, docent film en media aan de Universiteit Gent, en specialist op het vlak van filmcensuur, komt er ons alles over vertellen.

(in het Frans)
08.12 > 19:00

Gratis


L’empire des sens

愛のコリーダ [Ai no korīda]

Nagisa Ōshima, 1976, JP-FR, 35mm, ov fr & nl ond,, 107'

Tijdens de gloriedagen van de porno-chic vraagt de Franse producent Anatole Dauman aan Ōshima om een intellectuele pornofilm te maken. Hij beslist een film te maken over Abe Sada, die van prostituee tot dienstmeid, en uiteindelijk maîtresse wordt van haar werkgever. Deze relatie wordt steeds intenser, tot de dood toe. Ōshima neemt de film op in Japan, maar moet naar Frankrijk uitwijken om de pellicule daar te laten ontwikkelen om de Japanse censuur te omzeilen. De film veroorzaakt overal ophef, en is een succes waar hij niet verboden wordt. Hij verschijnt in Frankrijk (weliswaar met verbod voor minderjarigen) maar blijft tot 2000 in Japan verboden (en verschijnt daarna nog in een gecensureerde versie). Ōshima wordt vervolgd voor obsceniteiten, en later vrijgesproken. In België verschijnt de film in drie zalen, waaronder Studio Arenberg, m.a.w. de zaal waar nu Nova gevestigd is! 48 uur later worden de kopijen in Brussel in beslag genomen, en is de film verboden. De film wordt nog twaalf dagen geprojecteerd in Maaseik, tot wanneer het parket van Tongeren het voorbeeld van Brussel volgt. Drie personen (de exploitanten van de Brusselse zalen en de distributeur) krijgen een zware boete en een voorwaardelijke gevangenisstraf! De pers wijst op de ironie dat de film enkel nog te zien is in het justitiepaleis, waar hij tijdens het proces herhaaldelijk geprojecteerd wordt...
Na enkele clandestiene of private projecties komt de film uiteindelijk opnieuw in de zalen in 1994, nu zonder reactie van de gerechtelijke instanties.

08.12 > 21:00
5€ / 3,5€


squelettes/rubrique-3.html
lang: nl
id_rubrique: 1908
prog: 1903
pos: aval