> Moteur ! Mocky

C’est un cinéaste bien singulier que Jean-Pierre Mocky. La diversité du type de productions proposées, leurs diffusions particulières, l’éventail d’acteurs et collaborateurs uniques dans le cinéma français, la longévité de l’oeuvre qui va de 1959 jusqu’à aujourd’hui, font de sa filmographie, l’une des plus étonnantes de l’espace francophone. Acteur puis assistant réalisateur, Mocky, que rien n’arrête ni ne fait taire, a écrit, réalisé, produit et distribué ses films, passant par le pire comme le meilleur, refusant sans cesse les compromis et se foutant toujours des bienséances.
Le ciné-club de l’INSAS et le Nova présentent plusieurs films, provenant de diverses décennies et représentatives des nombreuses facettes du phénomène Mocky. A travers six de ses films s’offre ainsi l’occasion d’un voyage transversal dans le cinéma français. En se marrant surtout, et en tâtant d’un sentiment de liberté foutraque et excitant, définition même de ce cinéma hors de toutes normes.
C’est l’occasion aussi de voir sur l’écran en quelques heures des personnalités aussi diverses que Bourvil, Jean Poiret, Roland Blanche, mais aussi Christophe Bier , le spécialiste français de la serie B et du porno ou encore l’incroyable burlesque Jean-Claude Rémoleux ou même Anksa Kara, actrice hard camerounaise.
Nous prendrons bien sûr le temps d’écouter parler le cinéaste à travers une rencontre le samedi soir, et une autre, plus conséquente, le dimanche.
Noel Godin sera de la partie, participant aux discussions, lui qui connaît bien le Nova et l’oeuvre de Mocky (il a joué dans "Tout est calme"). Son film de chevet est "La cité de l’indicible peur" (on le comprend), que nous présenterons (comme les autres films de la sélection) dans son format original.

Rencontre avec Jean-Pierre Mocky le samedi 12 mai et le dimanche 13 mai


Een cineast als geen ander, die Jean-Pierre Mocky. De diversiteit aan types producties, hun bijzondere distributie, de waaier aan acteurs en partners die uniek is in de Franse filmindustrie, de lange duur van zijn filmcarrière die gaat van 1959 tot vandaag, … Dat alles maakt zijn filmografie één van de meest verrassende in de Franstalige sfeer. Eerst acteur dan regieassistent en uiteindelijk zelf als regisseur weet niets of niemand Mocky te stoppen of het zwijgen op te leggen : hij schrijft, regisseert, produceert en verdeelt zijn films, die schipperen tussen het slechtste en het beste wat de filmkunst te bieden heeft, zonder ooit compromissen te sluiten of zich iets aan te trekken van de “Goede Smaak”.
De filmclub van de Brusselse filmschool INSAS en Nova stellen verschillende fims voor, uit verscheidene decennia en allen voorbeelden van de talrijke facetten van het fenomeen Mocky. De zes films op het programma weven op eigenzinnige wijze een weg door de Franse cinema. Films die buiten de lijntjes kleur, “hors normes”, met als gemene deler een gevoel van excentrieke, haast elektrische vrijheid en, niet te vergeten, veel humor !
Een gelegenheid ook om op een paar uur tijd heel wat persoonlijkheden op het witte doek te zien passeren, zo uiteenlopend als Bourvil, Jean Poiret, Roland Blanche maar ook Christophe Bier, dé Franse specialist van de B-film en porno of de ongelooflijk burleske Jean-Claude Rémoleux of zelfs Anksa Kara, Kameroense actrice uit de hardcore porno.
We nemen uiteraard de tijd om de cineast zelf aan het woord te laten, op een zaterdagavond en, nog uitgebreider, op zondag. Taartgooier Noel Godin zal ook van de partij zijn en deelnemen aan discussies, hij die Nova en het oeuvre van Mocky zo goed kent (hij speelde zelfs in “Tout est calme”). Zijn lievelingsfilm van Mocky is “La cité de l’indicible peur” (begrijpen we), die wij voorstellen in zijn origineel formaat, net zoals alle andere films van de selectie overigens.

Ontmoeting met Jean-Pierre Mocky zaterdag 12 mei en zondag 13 mei.


La cité de l’indicible peur

Adapté de Jean Ray, dialogué par Queneau, monté par Marguerite Renoir, photographié par Eugen Schüftan (célèbre pour ses collaborations avec Fritz Lang, Max Ophüls, Franju, Douglas Sirk...), interprété par Bourvil, Francis Blanche, Raymond Rouleau, Jacques Dufilho, Jean-Louis Barrault, Jean Poiret (un casting de rêve donc), sans oublier la musique géniale de Gérard Calvi (Ah, les belles bacchantes !, les premiers dessins animés d’Astérix, les films de Pierre Tchernia), il n’en faudra pas plus pour vous convaincre de venir voir le chef d’œuvre de Jean-Pierre Mocky, emblématique de sa première période. Farce jubilatoire, peuplée de bons mots, de personnages absurdes et inoubliables, entre cinéma français de papa et épisode foutraque de Scoubidou, voilà une direction qu’aurait pu prendre un certain cinéma français, et que Mocky emprunta lui-même en partie, avant d’aller se perdre gaiement sur d’autres sentiers. L’occasion est magnifique d’aller dans le Cantal en compagnie de Bourvil, à la recherche d’un malfaiteur (« ivrogne frileux, chauve ou portant perruque »), échappé de justesse à la peine capitale après une panne de guillotine, dans une communauté terrorisée par la Bargeasque, pendant poilant de la bête du Gévaudan.

12.05 > 19:30
La cité de l’indicible peur

Een verfilming van Jean Ray, met dialogen van Queneau, gemonteerd door Marguerite Renoir, gefotografeerd door Eugen Schüftan (bekend om zijn samenwerkingen met Fritz Lang, Max Ophüls, Franju, Douglas Sirk, …), met acteurs als Bourvil, Francis Blanche, Raymond Rouleau, Jacques Dufilho, Jean-Louis Barrault, Jean Poiret (een droomcast met andere woorden), zonder de geniale muziek te vergeten van de hand van Gérard Calvi (“Ah, les belles bacchantes !”, de eerste animatiefilms van Astérix, de films van Pierre Tchernia)… Meer is er niet nodig om jullie te overtuigen naar dit meesterwerk van Jean-Pierre Mocky, emblematisch voor zijn eerste periode, te komen kijken. Een uitzinnige klucht die krom staat van woordspelingen, absurde en onvergetelijke personages, ergens tussen Franse “cinéma de papa” en een gestoorde aflevering van Scooby Doo : zie hier welke richting een bepaalde Franse cinema had kunnen nemen, en die Mocky even bevlogen heeft voor zich vrolijk te verliezen in andere weides. Een fantastische gelegenheid om het Cantalgebergte te verkennen samen met Bourvil die op zoek is naar een misdadiger (“ivrogne frileux, chauve ou portant perruque”) die ontsnapt is aan de doodstraf dankzij een guillotine in panne. Een zoektocht die hen door een gemeenschap voert die geterroriseerd worden door de “Bargeasque”, de harige tegenhanger van het Beest van Gévaudan.

12.05 > 19:30
Une nuit à l’assemblée nationale

Michel Blanc, militant naturiste, à poil, « full frontal » pendant cette heure et demie, tente de tirer au clair une sombre histoire de corruption de légion d’honneur. Mocky fit reconstruire l’intérieur de l’Assemblée nationale en studio et invita la quasi intégralité de ses acteurs fétiches, plus quelques belles prises (Darry Cowl, Bernadette Lafont, Josiane Balasko, etc) dans ce film qui, sorti une année d’élection présidentielle, lui valut des ennuis et l’obligea à tourner dorénavant sous les radars (sauf pour "Ville à vendre" produit par Alain Sarde). Il faut dire que la scène de cauchemar dans l’hémicycle où tous les députés sont nus et se repentent de leurs errements, ne fut pas du goût de tous. Érotisme cru et politique sont encore une fois les deux mamelles du cinéma de Mocky. Une séance parfaite pour celles et ceux désireux de découvrir sur grand écran l’un de ses films « typiques », et une bonne préparation pour le délire du "Dossier Toroto" le lendemain…

12.05 > 22:30
Une nuit à l’assemblée nationale

Michel Blanc, militant naturist, naakt en dus “full frontal” te zien gedurende dit anderhalf uur, probeert een duistere corruptie-affaire in verband met het Legioen van Eer te ontsluieren. Mocky laat de binnenkant van de Assemblée, het Franse parlement, in de studio nabouwen en laat quasi al zijn fetisj-acteurs (Darry Cowl, Bernadette Lafont, Josiane Balasko, e.a.) opdraven in deze film die uitgebracht werd in het jaar van de presidentsverkiezingen. Wat hem overigens de nodige problemen oplevert, waardoor hij vanaf dan gedwongen wordt onder de radar te blijven (behalve voor “Ville à vendre”, geproduceerd door Alain Sarde). Het moet gezegd : de nachtmerriescène waarin alle verkozenen in het halfrond naakt boete doen voor hun zonden valt niet bij iedereen in de smaak. Onverbloemde erotiek en politiek zijn hier nog maar eens de moedermelk van Mocky’s cinema. Een perfecte voorstelling voor wie één van zijn “typische” films op groot scherm wil ontdekken, en een uitstekende voorbereiding op het knettergekke “Dossier Toroto” de volgende dag !

12.05 > 22:30
Robin des mers

Armé de son courage et de sa perspicacité, le jeune Robin des mers se lance dans une véritable entreprise : retrouver du travail pour tous les chômeurs de son village, La Roche-sur-Mer. Robin croisera sur sa route des politiciens véreux (comme souvent dans les films de Mocky) mais aussi des foules en colère, un énarque en slip dans un arbre, des foules joyeuses, des chômeurs, des chevaux, des non-chômeurs, et des enfants. Un conte enivrant et plein d’humour (malheureusement trop méconnu dans la filmographie de Jean-Pierre Mocky) dans lequel se tisse un doux mélange entre le monde des adultes et celui des enfants. On pourrait presque dire qu’il s’agit d’un Mocky pour enfants, qui nous laisse le sentiment d’avoir vu un film rare et précieux, quelque part à la croisée entre le drame social, le western et la comédie.

Robin des mers


13.05 > 17:00
Robin des mers

Gewapend met zijn moed en scherpzinnigheid, gooit de jonge Robin-van-de-zee zich op een echte onderneming : werk vinden voor alle werklozen van zijn dorp La Roche-sur-Mer. Robin kruist op zijn weg malafide politici (zoals ze vaak voorkomen in de films van Mocky), maar ook woedende menigtes, een oud-student van eliteschool ENA met enkel een slip aan in een boom, vrolijke bendes, werklozen, paarden, niet-werklozen en kinderen. Een bedwelmend en humoristisch verhaal (helaas zwaar onderschat in het oeuvre van Jean-Pierre Mocky) waarin de werelden van volwassenen en kinderen fijntjes worden verweven. Je kan bijna zeggen dat het hier een Mocky voor kinderen betreft, een speciale en zeldzame film, een soort mengeling van sociaal drama, western en comedy.

13.05 > 17:00
Solo

Vincent Cabral, cambrioleur se prétendant musicien, rentre en France après avoir ramassé un petit magot. A son retour il découvre que son jeune frère est à la tête d’un groupuscule révolutionnaire qui a massacré une bande de bourgeois lors d’une partouze. Il part à la poursuite de son frère avec l’espoir de le retrouver avant la police... "Solo" est le premier volume d’une trilogie informelle qui se continuera avec "L’Albatros" (1971) et "L’Ombre d’une chance" (1973). Ces trois films, uniques dans le parcours de Mocky, constituent un pan beaucoup plus noir, sec, nerveux de son univers. Alors que l’on fête l’anniversaire de Mai 68, "Solo", réalisé un an après les évènements, semble déjà sonner le glas de l’utopie révolutionnaire. La désillusion impreigne le film comme un mauvais liquide : les jeunes gens meurent, bêtement, dans des élans aussi désespérés qu’inutiles, les flics, ni bons ni mauvais, font juste leur travail. Et Vincent Cabral, le héros, interprété par Mocky lui même, parait regarder tout ce petit monde qui se fout en l’air sans trop pouvoir y faire grand chose. Un polar politique, violent et lumineux porté par la musique magnifique de Georges Moustaki.

13.05 > 19:00
Solo

Vincent Cabral is een inbreker die zich voordoet als muzikant. Hij keert terug naar Frankrijk na een geslaagde deal. Bij zijn terugkomst ontdekt hij dat zijn jonge broer aan het hoofd staat van een revolutionaire bende die een groep bourgeois in de pan heeft gehakt tijdens een orgie. Hij gaat op zoek naar zijn broer in de hoop hem te vinden voor de politie dit doet…
“Solo” is het eerste deel van een informele trilogie die vervolgd wordt door “L’Albatros” (1971) en “L’Ombre d’une chance” (1973). Deze drie films zijn uniek in het traject van Mocky en vormen een veel donkerder, droger en nerveuzer deel van zijn universum. Nu we het jubileum van Mei ‘68 vieren, lijkt “Solo”, dat een jaar na de evenementen werd gemaakt, reeds het einde van de revolutionaire utopie aan te kondigen. De film is doordrenkt van teleurstelling als was het een vieze vloeistof : jonge mensen sterven domweg, en de politie, goed noch slecht, doet met even wanhopige als onzinnige pogingen ook maar gewoon zijn werk. En de held Vincent Cabral, gespeeld door Mocky zelf, lijkt die kleine wereld die kapot gaat slechts gade te slaan zonder er veel aan te kunnen doen. Een politieke triller, gewelddadig en schitterend gedragen door de prachtige muziek van Georges Moustaki.

13.05 > 19:00
Dossier Toroto

Le professeur franco-Japonais Toroto, inventeur d’un sérum pour faire grossir des tomates et des lapins, engage un jeune apprenti qui n’a, pour ainsi dire, pas de bite. Quand le-dit apprenti ingurgite par inadvertance le-dit sérum, il se retrouve pourvu d’un membre gigantesque qui n’est pas sans provoquer certaines convoitises… Une « connerie », du propre aveu de Mocky, dans laquelle il dépeint une société viriliste et débile, s’égayant dans une course effrénée pour avoir « la plus grosse ». Fauchée, dégeu et foisonnante, cette farce underground (écrite, réalisée, jouée, produite, montée et diffusée par Mocky) dynamite les convenances dans un capharnaüm jouissif : des verges « hydre de l’herne » qui repoussent de plus belle dès qu’on les coupe, un scientifique germanique fan d’escalade et de sodomie, des coïts rythmés au son d’une trompette mérovingienne… Et la présence de Jean Abeillé, comédien fétiche de Mocky et de Luc Moullet, dans le rôle d’un professeur Tournesol japonais.

13.05 > 22:00
Dossier Toroto

De Frans-Japanse professor Toroto, de uitvinder van een serum dat tomaten en konijnen doet groeien, neemt een stagiair aan die laten we zeggen niet groot geschapen is. Als de stagiair per vergissing het serum inneemt wordt hij voorzien van een gigantisch lid dat zekere lusten opwekt… Een “onding” volgens Mocky zelf, waarin hij een viriele en debiele samenleving afbeeldt die frenetiek op zoek is naar "de grootste". Kritisch, degoutant en uitbundig blaast deze underground joke (door Mocky geschreven, opgenomen, gespeeld, geproduceerd, gemonteerd en gedistribueerd) alle conventies op in een vrolijke chaos : de vele koppen van de Hydra van Lerna die nog mooier terugkomen na ze af te hakken, een Germaanse wetenschapper die dol is op klimmen en sodomie, coïtus op het ritme van een Merovingische trompet… en de aanwezigheid van Mocky’s fetisj-acteur Jean Abeillé, en van Luc Moullet, in de rol van een Japanse Professor Zonnebloem.

13.05 > 22:00
http://www.nova-cinema.org/spip.php?page=print&id_rubrique=2295&lang=fr