> Shōhei Imamura

The insect woman にっぽん昆虫記 / Nippon konchūki

Après avoir réalisé "Cochons et cuirassés", violente satire contre l’occupation américaine, Imamura est mis à pied pendant deux ans par la Nikkatsu, sa maison de production. Qu’à cela ne tienne ! Le voilà reparti dans une enquête autour du monde paysan qui donnera trois ans plus tard "La Femme insecte" ou "Chroniques entomologiques du Japon". Étude implacable réalisée à partir de longs entretiens et de notes minutieuses, "La Femme insecte" retrace le parcours d’une petite paysanne, depuis sa relation ambiguë avec son père jusqu’à la ville et la prostitution. A la manière donc, des insectes mus par le seul instinct de survie et de conservation, la vie de Tome avance, coûte que coûte. Elle grimpe les seuls échelons qui se présentent : servante violée, ouvrière exploitée, bonne, prostituée, patronne de bordel. Sur fond de Japon en pleine modernisation, construit autour de moments clés et décisifs qui jalonnent la vie de Tome et qui laissent tomber dans les ellipses la ritournelle du quotidien, cette chronique implacable avance au fil de ses victoires et de ses revers, entre misère morale, rapports de dominations, exploitations des êtres sans cesse reconduits. Frontal, filmé dans un noir et blanc acerbe, "La Femme insecte" n’épargne rien ni personne, et ne se permet aucun atermoiement. Dans cette tourmente banalisée, il finit par devenir le portrait d’une femme que rien n’abat, loin des mélodrames servis par le cinéma japonais à cette époque et tout autre "Rue de la honte". C’est qu’il n’y a pas de honte chez Imamura. Il n’y a qu’un milieu, des conditions et des corps qui avancent. Brut, noir, implacable.

20.01 > 18:30 + 26.01 > 21:00 + 17.02 > 21:00
The Insect Woman にっぽん昆虫記 / Nippon konchūki

Na “Pigs and Battleships”, een heftige satire gericht tegen de Amerikaanse bezetting, werd Imamura twee jaar aan de deur gezet door zijn productiehuis Nikkatsu. Veel maakte dat echter niet uit. Hij trok weer op onderzoek in de wereld van de boeren en leverde drie jaar later “De Insectenvrouw” uit, of “Entomologisch verslag van Japan”. Het werd een eigenzinnige studie aan de hand van lange interviews en nauwkeurige notities.
“De Insectenvrouw” volgt de levenswandel van een eenvoudige boerin, vanaf de ambigue relatie met haar vader tot haar leven in de stad en prostitutie. Zoals insecten geleid worden door hun instinct voor overleven en zelfbehoud, leidt Tome ook haar leven, zonder pardon. Ze werkt zich op doorheen de enige hiërarchie die voorhanden is : misbruikte meid, uitgebuite arbeidster, dienstmeisje, prostituee, bordeelhoudster. Tomes leven ontrolt zich tegen de achtergrond van een Japan in volle modernisering, aan de hand van sleutelmomenten die voorbijgaan aan het ritme van het dagdagelijkse. Het is een kroniek die wordt voortgestuwd door haar overwinningen en haar tegenslagen, tussen morele ellende, momenten van autoriteit en onophoudelijke uitbuiting van mensen door. “De Insectenvrouw” verbloemt niets met zijn venijnige zwart-wit, spaart niets of niemand en gunt zichzelf geen enkel respijt. Deze alledaagse lijdensweg leidt uiteindelijk tot het portret van een vrouw die door niks wordt onderuitgehaald, en blijft daardoor ver weg van de toentertijd gangbare Japanse melodrama’s die de morele kaart trokken. Bij Imamura is er immers geen sprake van schaamte. Er is enkel milieu, omstandigheden en lijven die zich erdoorheen beulen. Brutaal, gitzwart, koppig.

20.01 > 18:30 + 26.01 > 21:00 + 17.02 > 21:00
The pornographers エロ事師たちより 人類学入門 - Erogotoshitachi yori Jinruigaku nyumon

Poussé à réaliser des films de « Pinku Eiga » (films érotiques à petit budget), dont certains disent qu’il en a inventé le genre grâce à l’érotisme noir de "La Femme insecte", en froid avec sa maison de production qui en produit à la pelle, Imamura décide de fonder sa propre maison de production et contre-attaque avec "Le Pornographe". Le titre original "Introduction à l’Anthropologie au travers des Pornographes" se veut tout un programme, l’étude au vitriol d’un milieu où l’argent et les pulsions régissent tous les rapports. Dans la tourmente d’un quotidien fait d’arnaques et de débrouilles, Monsieur Ogata vend ses films et autres gadgets érotiques aux puissants. Mais les temps sont durs, la mafia s’en mêle, et les catastrophes pleuvent. Racketté, tabassé, floué, il rebondit en tous les sens comme une balle de flipper, brisant au passage tous les tabous, rendant fous ceux qui l’entourent, rendu dingue par les autres, tout en se récriant régulièrement comme un goret offensé. Très découpé dans sa forme et son récit, tissés d’ellipses, d’arrêts sur images, de scènes surréalistes, de flash-backs sortis de nul part et de rebondissements tout azimut, "Le Pornographe" slalome à toute vitesse entre humour noir grinçant jusqu’au burlesque et sordide glaçant, dans une société où rien ni personne n’échappe à la corruption. Et multipliant les plans obstrués de fenêtres, portes et autres barreaux, il nous rincent l’oeil. Bam ! Retour à l’envoyeur : l’offre et la demande, comme le martèle Monsieur Ogata. Sauf qu’Ogata se fait finalement la malle, privilégiant son rêve d’absolu à la compagnie des hommes, tandis que nous, hein, spectateurs…

27.01 > 21:00 + 02.02 > 21:00 + 02.03 > 21:00
The Pornographers エロ事師たちより 人類学入門 - Erogotoshitachi yori Jinruigaku nyumon

Wanneer zijn toenmalig productiehuis Imamura verplicht een aantal “pinku eiga” (erotische films met een klein budget) te draaien, een genre dat hij volgens sommigen zelf uitvond via de duistere erotiek van zijn “Insect Woman” en dat daarna bijzonder populair werd, slaat hij terug met “The Pornographers”, gemaakt via het productiehuis dat hij zelf oprichtte. De oorspronkelijke titel, “Introductie tot de Antropologie via de Pornografen”, dekt het opzet van de film : een klinische ontleding van een milieu waar het geld en de driften alle relaties sturen. Meneer Ogata verkoopt zijn films en andere erotische gadgets aan zijn rijk cliënteel, oplichterij en huichelarij zwaaien de plak. Maar het zijn moeilijke tijden, de maffia bemoeit zich er mee en het regent catastrofes. Hij wordt geïntimideerd, vernederd, in elkaar geslagen dat hij alle kanten uit stuitert, zoals een flipperbal. Wat volgt breekt alle taboes, drijft iedereen tot waanzin, benadert de hysterische kreten van een met de tang aangepakt varken. De film stuitert ook stilistisch alle kanten uit : zowel vorm als verhaal sterk verknipt, met ellipsen, stilstaande beelden, surrealistische scenes, flashbacks die uit het niets komen, eindeloos veel wendingen, … “The Pornographers” slalomt in een rotvaart tussen pikzwarte humor, burlesk en weerzinwekkende details die koude rillingen over je rug doen lopen, en schildert het portret van een maatschappij waar niets of niemand aan de corruptie kan ontsnappen. Dat wordt nog benadrukt door de vele shot van ramen, deuren, tralies die het zicht belemmeren. Bam ! De bal wordt teruggekaatst : vraag en aanbod, wat ook Meneer Ogata predikt. Maar Ogata pakt zijn koffers en vlucht weg. Hij verkiest zijn absolute droom boven het gezelschap van mensen. En wij, als toeschouwers ?

27.01 > 21:00 + 02.02 > 21:00 + 02.03 > 21:00
The profond desire of the Gods 神々の深き欲望 - Kamigami no fukaki yokubō

Désir : maître mot du cinéma d’Imamura, titre de plusieurs de ses films et thème de toute son œuvre. Mais ce "Profonds désirs des Dieux" est peut-être l’une de ses œuvres les plus ambitieuses, une sorte de programme cinématographique où s’exposent chronique ethnographique, farce burlesque et tragédie antique. Un ingénieur débarqué de Tokyo vient faire tourner une usine puis construire un aéroport puis développer le tourisme (on ne sait pas trop, cela dépend des ambitieux au pouvoir) sur une petite île du Sud, isolée, primitive, pleine d’interdits, de rituels et de dieux païens. Mais le voilà qui se casse les dents sur les arbres, les femmes et le bonheur au point de perdre, comme son prédécesseur, la tête et ses repères. Et tandis que la corruption se généralise au grès des projets sur l’île, que les alliances se font et se défont, ceux qui résistent, parce qu’« on ne vend pas ce qui appartient aux Dieux » sont les mêmes qui sont mis au ban de cette communauté pour avoir commis l’impensable. Par un retournement tragique, les exclus s’avéreront les âmes les plus proches des dieux, sacrifiés sur l’autel des désirs artificiels. A travers cette grande fresque d’un monde qui s’ouvre à la modernité, "The profond desire of the Gods" construit lentement la confrontation entre la civilisation urbaine avec ses dieux argent/rentabilité/modernité et le monde païen avec son rapport à la vie animale, ses croyances profondes et sa soif d’absolu. Dans cette parabole écrasée de nuit et de soleil, Imamura façonne l’amplitude lyrique qui traversera ses films plus tardifs.

24.01 > 20:00 + 07.02 > 20:00 + 24.02 > 19:00
Profound Desire of the Gods 神々の深き欲望 - Kamigami no fukaki yokubō

Begeerte : het sleutelwoord van de filmkunst van Imamura dat in tal van zijn filmtitels en in zijn hele oeuvre opduikt. Maar deze “Profound Desires of the Gods” is misschien wel zijn meest ambitieuze werk, een soort film-manifest tussen etnografische kroniek, burleske farce en antieke tragedie. Een ingenieur uit het verre Tokio komt aan op een klein eiland in het zuiden van Japan om er een fabriek en vervolgens een luchthaven te bouwen, om zo het toerisme op gang te brengen. Het eiland is afgelegen, de eilandbewoners primitief, er zijn tal van ge- en verboden, rituelen, heidense goden. Maar net zoals zijn voorgangers zal ook hij zijn tanden stukbijten op de bomen, de vrouwen en het levensgeluk : hij verliest het noorden en zijn verstand. En terwijl corruptie woekert bij de projecten op het eiland en de allianties zich vormen en weer ontbinden, zijn zij die weerstand bieden omdat “men niet verkoopt wat toebehoort aan de Goden” ook zij die door de gemeenschap gebannen worden omdat zij het ondenkbare begaan hebben. Via een tragische wending blijken de bannelingen de zielen die het dichtst bij de goden staan, geofferd op het altaar van de artificiële begeertes. Met dit grootse fresco van een wereld die zich openstelt voor de moderniteit, schetst “Profound Desire of the Gods” de confrontatie tussen een stedelijke beschaving met haar goden van het geld, de rentabiliteit, moderniteit en de heidense wereld met haar relatie tot het dierlijke en sobere leven, haar diepgewortelde geloven, haar dorst naar het absolute. In deze parabel verpletterd door de nacht en zon schept Imamura de lyrische rijkdom die door al zijn latere film zou lopen.

24.01 > 20:00 + 07.02 > 20:00 + 24.02 > 19:00

En ces temps d’austérité générale, et puisque le distributeur français Mary-X ressort quelques uns des films de Shōhei Imamura en version restaurée, il est bon de se rafraîchir un peu le ciné en plongeant dans l’œuvre de cet indocile brutal et impertinent. De 1963 à 1968, trois fictions déploient en quelques années l’évolution de son cinéma qui creuse peu à peu la chronique sociale d’un monde païen que la modernité froide et mécanique saccage. Inlassablement du côté des petites gens, des sans-grades et des parias, Imamura scrute froidement le Japon post 1945, sa modernisation forcenée, sa sous-prolétarisation galopante, sa corruption généralisée. Souvent drôle, parfois jusqu’au burlesque, il se refuse à toute moralité et alimente son œuvre aux geysers des désirs charnels et des pulsions de vies. Citadin d’origine bourgeoise, diplômé d’Histoire, il se déclare « paysan » et s’oppose aux maîtres, Ozu pour commencer dont il fut l’assistant et qui, selon lui, filmait ses acteurs comme des "légumes". Paysan, on y revient. Chez lui, les « légumes » sont terriblement vibrants, les animaux aussi et l’homme, qui n’est rien de plus, ne peut que ramper et rugir là où il est. Sa méthode toujours consista à partir longuement enquêter pour élaborer documentaires ou fictions et construire d’implacables tableaux de la société nippone qui ont fait sa réputation d’"entomologiste" de la Nouvelle Vague japonaise. Mais ne vous attendez pas à un cinéma naturaliste ! Loin de là ! Du documentaire rêche au classicisme étudié en passant par un lyrisme qui pousse jusqu’au sublime, chaque film fait s’entrechoquer plusieurs formes et différents registres pour maintenir une frontalité radicale. Celle qui fait du vivant, dans toute sa crasse et sa magie, l’état premier de l’homme, plus désirable que la société des hommes en marche. Paysan, donc...


Het zijn barre tijden. En aangezien de Franse distributeur Mary-X enkele films van Shohei Imamura opnieuw uitbrengt in een gerestaureerde versie, kan het eens deugd doen om kopje onder te gaan in het werk van deze eigenwijze en tegendraadse bruut. Tussen 1963 en 1968 ontwikkelt hij zijn filmische stempel in drie fictiefilms, die geleidelijk aan de sociale kroniek schetsen van een heidense maatschappij die ten prooi valt aan de kille en ontmenselijkte moderniteit. Imamura staat zonder uitzondering aan de kant van de kleine man, de laagste klasse, de outcast. Hij ontleedt genadeloos het naoorlogse Japan, met zijn geforceerde modernisering, opkomst van het proletariaat en algemene corruptie. Dat onderzoek neemt vaak gekke, soms burleske proporties aan, zonder morele stellingname en overgoten met vleselijke geneugten en menselijke driften. Hoewel hij uit de bourgeoisie stamt en geschoold is als historicus, noemt hij zichzelf boer en komt hij in opstand tegen het patronaat. Eerst en vooral tegen Ozu, van wie hij de assistent geweest was en die hij verweet zijn acteurs als ’groenten’ te filmen. Een boer, ziet u wel. Bij hem zijn de ’groenten’ net heel levendig, evenals de dieren en de mens, die, geen haar beter, ook niets anders doet dan wroeten en janken. Zijn methode was om lang op onderzoek uit te trekken om zijn documentaires of fictiefilms uit te werken als meedogenloze tableaus van de Japanse maatschappij. Dat leverde hem de reputatie van ’entomoloog’ van de Japanse Nouvelle Vague op. Verwacht daarbij echter geen naturalistische cinema, verre daarvan ! Van ruwe documentaire tot bedacht classicisme over een haast subliem lyrisme, elke film is een treffen van verschillende vormen en registers om tot komen tot een radicale oprechtheid die van het leven, in al zijn smerigheid en wonderbaarlijkheid, de essentie van de mens maakt wat te verkiezen valt boven een evoluerende maatschappij. Het boerenleven, kortom...


http://www.nova-cinema.org/spip.php?page=print&id_rubrique=2337&lang=fr